Het gebruiken van substraat
Misschien wel een van de belangrijkste dingen voor de groei van jouw bonsai: het substraat, oftewel de grondsamenstelling. Dit is belangrijk voor elke bonsai omdat het bepaalt hoeveel water de grond vasthoudt, wat de zuurgraad is en hoe goed voedingsstoffen worden vastgehouden. Bij bonsai werkt dit net wat anders dan in je tuin. Je creëert namelijk een leefomgeving voor een miniatuurboompje in een kleine pot. Belangrijk is dat je bonsai voldoende lucht en drainage heeft voor gezonde wortelgroei. Dit bereik je door een luchtig, korrelig substraat te gebruiken (dus geen dichte potgrond), een pot te kiezen met drainagegaten en eventueel een laagje grove korrels of mesh op de bodem te leggen zodat water goed kan weglopen. Vaak worden verschillende substraten gemengd om de voordelen van meerdere soorten te combineren. Op onze website vind je verschillende substraten, ook gemengde varianten die je kant-en-klaar kunt gebruiken.
De pH-waarde van een substraat geeft aan hoe zuur of basisch het is. Dit wordt gemeten op een schaal van 0 tot 14, waarbij pH 7 neutraal is. Alles onder 7 is zuur en alles boven 7 is basisch. Voor de meeste bonsai is de pH belangrijk omdat het bepaalt hoe goed voedingsstoffen door de wortels worden opgenomen.
De meeste bladverliezende loofbomen (zoals esdoorn, iep, zelkova, haagbeuk) groeien het best in licht zuur tot neutraal substraat, ongeveer pH 5,5–7,0. Naaldbomen (zoals den, spar, juniperus) hebben vaak een voorkeur voor zuurder substraat, meestal rond pH 5,0–6,5. Tropische soorten (zoals ficus, bodhi) groeien goed in een neutrale tot licht zure omgeving rond pH 6,0–7,0.
Substraten die te zuur of juist te basisch zijn kunnen ervoor zorgen dat bepaalde voedingsstoffen niet goed worden opgenomen, zelfs als je bemest.
Nu heb je waarschijnlijk al gekeken naar substraat voor je bonsai en zie je allerlei Japanse termen voorbijkomen. We leggen de belangrijkste even voor je uit.
Akadama
Akadama is een Japanse kleikorrel en het meest gebruikte bonsaisubstraat ter wereld. Het is geschikt voor alle fases van bonsai, van jonge bomen tot volledig uitgewerkte exemplaren.
- Houdt water vast zonder drijfnat te worden
- Laat voldoende zuurstof bij de wortels
- Breekt langzaam af, wat fijne wortelvertakking stimuleert
- Verkleurt wanneer het droog wordt (handig bij water geven)
- pH-waarde: licht zuur tot neutraal (± 6,5)
Akadama vormt in de meeste gevallen de basis van een bonsaisubstraat. Het kan puur gebruikt worden; dit gebeurt vooral bij loofbomen. Maar je kunt het ook mixen met bijvoorbeeld lava en/of puimsteen (pumice) voor extra drainage.
Pumice (puimsteen)
Pumice is een lichte, poreuze (luchtig en goed drainerend) vulkanische steen die vooral wordt gebruikt om wortelontwikkeling en zuurstofvoorziening te verbeteren.
- Stimuleert fijne wortelvertakking
- Houdt een kleine hoeveelheid water vast
- Voorkomt dat het substraat dichtslibt
- pH-waarde: neutraal
Geschikt voor vrijwel alle soorten, vaak in combinatie met akadama. Doordat pumice iets meer water vasthoudt dan bijvoorbeeld akadama, kun je het goed mengen. Pumice is vooral geschikt voor wat jongere boompjes, dus perfect voor in de trainingspot.
Lavasteen
Lava is een zwaardere vulkanische steensoort en wordt gebruikt voor structuur en drainage.
- Zorgt voor snelle waterafvoer
- Voorkomt wortelrot
- Stabiliseert de boom in de pot
- pH-waarde: neutraal tot licht basisch
Vooral geschikt voor naaldbomen en soorten die liever wat droger staan. Lava wordt vrijwel altijd gemengd en niet puur gebruikt.
Kiryu
Kiryu is een harde, korrelige Japanse grondsoort die vaak wordt gebruikt bij dennen en andere naaldbomen.
- Zeer goede drainage
- Breekt nauwelijks af
- Geschikt voor bomen die schrale omstandigheden waarderen
- pH-waarde: licht zuur tot neutraal
Kiryu is vooral interessant voor gevorderde bonsaisten, maar kan ook in jonge fases al worden toegepast.
Waarom geen gewone potgrond?
Potgrond bevat ten eerste vaak meststoffen die te sterk zijn voor bonsai. Daarnaast houdt potgrond veel water vast, wat kan leiden tot wortelrot. Ook zakt potgrond in en wordt het compact, waardoor er weinig zuurstof overblijft. Potgrond is dus vrijwel altijd ongeschikt voor bonsai en soms zelfs schadelijk. Als je toch potgrond wilt gebruiken, raden we aan om dit te mengen met andere substraten (maximaal 25% potgrond). Wees dan wel alert en let op signalen zoals lang nat blijven van het substraat, slappe groei, gele bladeren of vertraagde ontwikkeling. Dit kan betekenen dat er te weinig zuurstof bij de wortels komt.
→ Klik hier om de verschillende substraten voor jouw bonsai te ontdekken