Snoeien en verpotten ✂️

Snoeien

In de volwassen fase is snoei vooral gericht op onderhoud, niet op grote structurele veranderingen.

Je snoeit om:

  1. Ongewenste scheuten te verwijderen. Scheuten zijn jonge, snelgroeiende takjes die soms op plekken komen waar je ze niet wilt hebben. Ook verwijder je uitstulpingen of kleine knobbels om de stam en takken netjes te houden.
  2. de vertakking fijn te houden, zodat de kroon (het deel van de boom met takken en bladeren) compact en mooi blijft

Gebruik bij voorkeur geschikt snoeigereedschap dat scherpe, schone sneden maakt zoals bonsaischaren of concave cutters. Bot of vies gereedschap kan de schors kneuzen, wat het genezingsproces vertraagt en de boom vatbaarder maakt voor ziekten.

→ Klik hier voor bonsai scharen en tangen

Bij loofbomen kan snoei worden uitgevoerd tijdens het groeiseizoen, terwijl bij coniferen selectieve snoei vaak het hele jaar door kan plaatsvinden, zolang de boom actief is. Met “actief” bedoelen we dat de boom zichtbare groeit en dus voldoende herstelvermogen heeft. Dat herken je aan nieuwe bladeren, naalden, scheuten of knoppen.

Globaal ziet dit er zo uit:

  • Loofbomen (bladverliezend): actief van de lente tot aan de herfst; je ziet in deze periode nieuwe bladeren, scheuten en knoppen ontstaan.
  • Coniferen (naaldbomen): actief van het vroege voorjaar tot de late herfst; ze blijven soms langer actief op wortelniveau, waardoor selectieve snoei vaker mogelijk is.
  • Tropische en subtropische soorten: actief zodra er voldoende warmte en licht is; binnenshuis of in een warme kas kunnen ze in veel gevallen bijna het hele jaar door actief blijven.

Verpotten

Volwassen bonsaibomen hebben af en toe nieuwe grond en frisse ruimte voor de wortels nodig. Te lang wachten met verpotten kan ertoe leiden dat de wortels in cirkels gaan groeien, voedingsstoffen uitgeput raken en de groei van je boom stopt. Weet je niet zeker of jouw bonsai verpot moet worden? Dan kan het helpen om naar de wortels te kijken. Zie je overal wortels zitten en is er nog weinig ruimte voor nieuwe wortels, dan is het tijd om te verpotten. Dit hoeft niet te betekenen dat je de bonsai in een andere pot hoeft te verpotten, je kunt nog steeds dezelfde pot behouden. Het is echter wel belangrijk om het substraat en de wortels te onderhouden.

De beste tijd om je bonsai te verpotten is in de vroege lente, net voordat de nieuwe groei begint, zodat de boom snel kan herstellen. Hoe vaak je moet verpotten hangt af van de soort en groeisnelheid: snelgroeiende bomen kunnen om de twee jaar verpot worden, oudere of langzaam groeiende exemplaren eerder om de drie tot vijf jaar.

Wanneer je gaat verpotten, begin je met het voorzichtig verwijderen van het oude substraat tussen de wortels. Dit kun je doen met je handen, een eetstokje of een verpot-haakje. Het doel is om oud, dichtgeslagen substraat weg te halen en ruimte te geven aan lucht en nieuw substraat. Vervolgens kun je beginnen met het snoeien van de wortels. Hierbij worden vooral de dikke en lange wortels ingekort, omdat die vooral voor verankering zorgen en niet voor een goede water- en opnamefunctie. Door deze te snoeien stimuleer je de groei van fijne haarwortels, en juist deze haarwortels neemt de boom water en voeding op, iets wat belangrijk is voor bonsai in ondiepe potten.

Let er goed op dat je tijdens het wortel snoeien niet te veel in één keer weghaalt. Als richtlijn geldt dat je bij loofbomen ongeveer 20–35% van het wortelvolume kunt inkorten, bij tropische en subtropische soorten ongeveer 20–30%, en bij naaldbomen hooguit 10–20%. Bij naaldbomen moet je extra voorzichtig zijn omdat ze minder haarwortels aanmaken dan loofbomen. Het is daarnaast belangrijk om de fijne wortels te behouden, die mogen nooit volledig worden verwijderd.

 

Terug naar blog